
Niet mijn identiteit, wel mijn werkelijkheid
Een gedachtenspinsel, ergens tussen de avond en de nacht.
Ik lig in bed. Morgen heb ik weer therapie. Mijn therapeut is een week met vakantie geweest. Een week waarin er eigenlijk weinig is gebeurd, en tegelijkertijd ontzettend veel. Niet zozeer om mij heen, maar vooral in mijn hoofd.
Mijn depressie viert hoogtij. En dat klinkt misschien wat dramatisch, maar ik weet niet goed hoe ik het anders moet omschrijven. Het is zwaar. Alles voelt zwaar. Opstaan, douchen, eten, de dag doorkomen. Zelfs de dingen waarvan ik weet dat ze mij goeddoen, voelen soms als een enorme opgave. En toch ben ik de afgelopen dagen ontzettend druk geweest. Ik schrijf aan mijn boek. Ik ben een website aan het bouwen. Ik werk ideeën uit voor lotgenotencontact. Ik denk na over onderwerpen waarover ik wil schrijven, over ervaringen die ik wil delen en over manieren waarop ik mensen met elkaar kan verbinden.
Bijzonder eigenlijk, hoe iemand tegelijkertijd zo weinig energie kan hebben en toch zo veel in haar hoofd kan creëren. Misschien is het juist dat. Dat ik iets moet creëren, omdat ik anders soms niet meer weet waar ik het voor doe. Ik ben op zoek naar zingeving. Naar iets waardoor mijn dagen niet uitsluitend bestaan uit het verdragen van mijn eigen gedachten. Naar iets wat mij het gevoel geeft dat ik, ondanks alles, nog iets kan betekenen. Voor mezelf, maar misschien ook voor een ander.
En dan hoor ik soms opmerkingen. Of ik niet te veel bezig ben met trauma. Of ik mij er niet te veel mee identificeer. Of het niet beter zou zijn om eens iets heel anders te gaan doen. Ik begrijp ergens waar die vragen vandaan komen. Van buitenaf lijkt het misschien alsof mijn hele wereld om trauma draait. Mijn Instagram, mijn website, mijn boek. Overal komt het terug. Maar wat mensen volgens mij niet altijd begrijpen, is dat ik mij niet identificeer met trauma. Ik bén niet mijn trauma. Maar ik ben wel ernstig getraumatiseerd. En dat verschil is ontzettend groot.
Trauma is voor mij geen onderwerp dat ik 's morgens besluit op te pakken en 's avonds weer naast me neer kan leggen. Het is niet iets waar ik mij alleen mee bezighoud wanneer ik schrijf, wanneer ik therapie heb of wanneer ik erover praat. Het zit verweven in mijn dagelijks leven. In mijn lichaam, dat soms reageert voordat ik überhaupt begrijp waarop. In mijn hoofd, dat voortdurend verbanden legt, gevaar probeert in te schatten en situaties analyseert. In dagelijkse handelingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, maar mij soms onvoorstelbaar veel moeite kosten. Het zit in relaties. In vertrouwen. In de manier waarop ik nabijheid verlang en tegelijkertijd ingewikkeld vind. In onverwachte herinneringen, in geluiden, in woorden, in momenten waarop het verleden zich zonder aankondiging aan het heden opdringt. En ook in mijn moederschap. Niet omdat mijn dochter verantwoordelijk is voor mijn verleden, maar omdat trauma niet ineens verdwijnt wanneer je moeder wordt. Soms raakt iets kleins aan iets ouds. Soms moet ik bewust onderscheiden wat van vroeger is en wat bij het hier en nu hoort.
Ik zou willen dat ik het allemaal wat gemakkelijker van me af kon zetten. Dat ik gewoon eens een dag kon hebben waarop mijn hoofd stil was. Waarop ik niet hoefde na te denken over wat ik voel, waarom ik iets voel, of hoe ik ervoor zorg dat ik de dag doorkom. Maar zo werkt het voor mij niet. En misschien is dat ook waarom die opmerkingen me soms zo raken. Omdat ik het gevoel krijg dat ik me moet verdedigen voor de manier waarop ik probeer te leven met iets waar ik nooit om heb gevraagd. Want ja, ik ben veel met trauma bezig. Maar er is een verschil tussen vastzitten in je trauma en proberen te begrijpen wat het met je heeft gedaan. Er is een verschil tussen jezelf verliezen in je verleden en woorden proberen te geven aan wat jarenlang nauwelijks woorden heeft gehad. En er is een verschil tussen jezelf uitsluitend als getraumatiseerd mens zien en erkennen dat je trauma op dit moment een enorme invloed heeft op je leven.
Ik ken genoeg andere manieren om met pijn om te gaan. Manieren die destructief zijn. Manieren waarop ik gevoelens kan verdoven, vermijden of mijzelf kan beschadigen. Manieren waarop ik niet hoef stil te staan bij alles wat er vanbinnen gebeurt. En ik weet ook hoe verleidelijk die manieren kunnen zijn wanneer de wanhoop groot is. Maar dat is niet hoe ik wil leven. Ik wil niet voortdurend blijven vluchten voor mezelf. Dus zoek ik naar andere manieren. En op dit moment is schrijven daar een van. Schrijven geeft me de mogelijkheid om gedachten die voortdurend door elkaar heen bewegen ergens neer te leggen. Om gebeurtenissen terug te lezen, verbanden te ontdekken en soms ineens te begrijpen waarom iets zoveel pijn doet. Het is niet altijd prettig. Integendeel. Soms confronteert het me met dingen die ik liever niet onder ogen zou komen. Soms verlies ik mezelf er ook een beetje in en moet ik bewust afstand nemen.
Ik wil het niet mooier maken dan het is. Schrijven is geen wondermiddel. Mijn depressie verdwijnt er niet door. Mijn traumaklachten worden er niet ineens minder van. En een website bouwen betekent niet dat ik mijn eigen leven plotseling weer op de rit heb. Maar het geeft me wel iets. Een reden om mijn laptop open te slaan. Een idee om uit te werken. Een verhaal dat misschien herkenning oproept bij iemand anders. Het geeft me het gevoel dat mijn ervaringen niet uitsluitend iets hoeven te zijn wat mij pijn doet. Dat ik er misschien ook iets mee kan doen. Niet omdat mijn ervaringen ergens goed voor moesten zijn. Niet omdat ik dankbaar moet zijn voor wat mij is overkomen. Maar omdat ik zelf wil kunnen bepalen wat ik er vanaf hier mee doe. En misschien is dat wel een vorm van regie terugpakken.
Morgen zit ik weer tegenover mijn therapeut. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik moet vertellen. Er is zoveel gebeurd in mijn hoofd, terwijl mijn dagen van buitenaf misschien nauwelijks van elkaar te onderscheiden waren. Misschien vertel ik over de wanhoop. Over hoe moeilijk het is om mezelf iedere dag opnieuw bij elkaar te rapen. Over het schrijven, de confrontaties, de nieuwe inzichten. Over de tegenstrijdigheid van ergens ontzettend mee bezig zijn en tegelijkertijd nauwelijks de energie hebben om voor mezelf te zorgen. Misschien vertel ik ook wel dat ik bang ben dat anderen mijn bezigheden zien als een ongezonde fixatie, terwijl het voor mij juist een poging is om niet terug te vallen in oude patronen. Ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat ik zoveel meer ben dan wat mij is overkomen. Ik ben moeder. Ik ben iemand die graag schrijft, die nieuwsgierig is, die graag iets voor anderen betekent. Iemand die kan lachen, liefhebben, sporten, dromen en nieuwe dingen bedenken. Ook al zijn sommige van die dingen op dit moment veel moeilijker bereikbaar dan ik zou willen. Al die delen van mij bestaan nog. Ook wanneer de depressie ze bijna volledig naar de achtergrond drukt.
En misschien schrijf ik juist daarom zoveel over trauma. Niet omdat ik erin wil blijven hangen, maar omdat ik probeer ruimte te maken voor alles wat ernaast óók nog bestaat. Omdat ik graag wil dat mijn leven uiteindelijk over meer gaat dan overleven.
En voor nu? Voor nu lig ik in bed. Morgen is er weer therapie. Ik ben moe, mijn hoofd is vol en ik weet nog altijd niet goed hoe ik me door deze depressieve periode heen moet bewegen. Maar vandaag heb ik geschreven. Ik heb iets gemaakt. Iets gedeeld. Iets opgebouwd. En misschien lijkt dat voor een ander alsof ik alweer met mijn trauma bezig ben. Voor mij voelt het als een poging om weer met het leven bezig te zijn. En dat is voor nu misschien al heel wat.
Liefs, Manèl
