Mijn verhaal - Tussen overleven & leven

Een persoonlijk verhaal over seksueel misbruik, complexe PTSS, de psychiatrie, beschadigd vertrouwen en de zoektocht naar herstel.

Mijn naam is Manèl. Ik ben terwijl ik dit schrijf 33 jaar oud, moeder van een prachtige dochter van 6 en de persoon achter Verbonden door Trauma.

Als je mij zou ontmoeten, zou je waarschijnlijk niet direct zien wat er allemaal achter mijn gewone, alledaagse bestaan schuilgaat. Misschien zie je iemand die betrokken is, graag schrijft, plannen maakt en zich inzet voor anderen. Iemand die zich verdiept in psychologie, graag sport en het belangrijk vindt om betekenisvol te zijn voor de mensen om haar heen.

En dat ben ik ook.

Maar er bestaat daarnaast een andere werkelijkheid. Eentje die veel minder zichtbaar is. Een werkelijkheid waarin trauma, angst, schaamte, depressie en een voortdurend gevoel van onveiligheid al jarenlang een grote rol spelen. Die twee werkelijkheden bestaan naast elkaar. En juist dat maakt mijn verhaal soms zo moeilijk uit te leggen.

Een jeugd waarin veiligheid niet vanzelfsprekend was

Als kind was ik gevoelig, zorgzaam en opmerkzaam. Ik voelde stemmingen haarfijn aan, merkte kleine veranderingen op en was veel bezig met anderen. Eigenschappen die op zichzelf heel mooi kunnen zijn, maar die in mijn geval ook nauw verweven raakten met de omstandigheden waarin ik opgroeide.

Vanaf jonge leeftijd kreeg ik te maken met seksueel misbruik. Iets wat jarenlang voortduurde en diepe sporen heeft achtergelaten. Ook later in mijn leven kreeg ik opnieuw te maken met grensoverschrijdingen en misbruik.

Waar een kind zich zou moeten kunnen ontwikkelen vanuit veiligheid, vertrouwen en onbezorgdheid, leerde ik al vroeg om alert te zijn. Om mij aan te passen. Om te verdragen. Om gevoelens weg te stoppen en door te gaan alsof er niets aan de hand was. Ik had destijds nauwelijks woorden voor wat mij overkwam. Laat staan dat ik kon begrijpen welke gevolgen het zou hebben.

Want trauma is niet alleen wat je overkomt. Het is ook wat er vervolgens in je lichaam, je gedachten en je ontwikkeling gebeurt. Hoe je naar jezelf gaat kijken. Hoe je leert omgaan met nabijheid, grenzen, vertrouwen en controle. En hoe overleven langzaam zo vanzelfsprekend wordt, dat je niet eens meer merkt dat je aan het overleven bent.

Toen overleven een eetstoornis werd

Rond mijn twaalfde ontwikkelde ik een eetstoornis. Lange tijd werd die eetstoornis een van de meest zichtbare problemen in mijn leven. Er volgden jaren van behandelingen, ziekenhuisopnames en klinische trajecten. Mijn wereld werd steeds kleiner en mijn lichaam raakte ernstig uitgeput. Maar achter die eetstoornis ging zoveel meer schuil.

Wat voor de buitenwereld vooral een destructieve ziekte was, had voor mij ook een functie. Het gaf mij een gevoel van controle in een leven waarin ik op belangrijke momenten geen controle had gehad. Het hielp mij om gevoelens te onderdrukken die ik niet kon verdragen. Om mijn aandacht ergens anders op te richten. Om niet te hoeven voelen wat er vanbinnen speelde. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Hoe kan iets wat je zo ernstig beschadigt tegelijkertijd een manier zijn om te overleven? Toch is dat precies hoe ik het heb ervaren.

Pas veel later kon ik met verdriet terugkijken op dat meisje dat zichzelf steeds verder probeerde te laten verdwijnen. Niet omdat ze werkelijk wilde verdwijnen, maar omdat ze niet wist hoe ze moest omgaan met alles wat haar was overkomen. Ik heb jarenlang geleerd om anders met eten, mijn lichaam en mijn gevoelens om te gaan. De eetstoornis is uiteindelijk niet langer bepalend geworden voor mijn leven. Maar het herstel daarvan betekende niet dat het onderliggende trauma verdwenen was.

Jaren binnen de psychiatrie

Vanaf jonge leeftijd ben ik in aanraking gekomen met de geestelijke gezondheidszorg. In de jaren die volgden heb ik veel verschillende vormen van behandeling gehad. Sommige behandelingen hielpen mij belangrijke stappen te zetten. Andere trajecten sloten onvoldoende aan. Er waren hulpverleners die mij werkelijk zagen, die naast mij konden staan en met wie ik een waardevolle behandelrelatie opbouwde. Maar er waren ook periodes waarin ik mij ontzettend alleen, machteloos of onbegrepen voelde.

In de loop van de jaren werd steeds duidelijker hoe diep de gevolgen van mijn ervaringen waren doorgedrongen in mijn dagelijks functioneren. Ik kreeg onder andere de diagnose complexe posttraumatische stressstoornis, ook wel cPTSS. Die diagnose gaf woorden aan iets wat voor mij al heel lang de dagelijkse werkelijkheid was.

Trauma zat niet alleen in herinneringen aan vroeger. Het zat in mijn lichaam. In mijn reacties op anderen. In de enorme behoefte aan verbinding en tegelijkertijd de angst voor nabijheid. In mijn moeite om grenzen te voelen en aan te geven. In mijn zelfbeeld, mijn emoties en de manier waarop ik voortdurend bezig kon zijn met de veiligheid van anderen en mijzelf. Wat voor anderen een onschuldige situatie kon zijn, kon bij mij een overweldigende reactie oproepen. Soms zonder dat ik zelf onmiddellijk begreep waarom.

En misschien was dat nog wel een van de moeilijkste dingen: dat ik rationeel vaak heel goed kon begrijpen wat er gebeurde, terwijl mijn gevoel en mijn lichaam daar totaal niet in mee konden komen. Ik wist vaak precies hoe trauma werkte. Maar begrijpen is iets anders dan kunnen voelen dat je veilig bent.

De voortdurende onrust vanbinnen

Wat ik misschien nog wel het moeilijkst vind om uit te leggen, is hoe het voelt om voortdurend met jezelf in strijd te zijn. Mijn hoofd kan ontzettend druk zijn. Niet noodzakelijk omdat ik voortdurend bewust terugdenk aan wat er is gebeurd, maar omdat er vanbinnen zoveel processen tegelijkertijd lijken plaats te vinden. Ik kan een gesprek voeren en ondertussen bezig zijn met de kleinste veranderingen in iemands gezichtsuitdrukking. Met de toon waarop iemand iets zegt. Met een stilte die net iets langer duurt dan verwacht.

Was wat ik zei verkeerd? Vindt diegene mij lastig? Heb ik te veel verteld? Of juist te weinig? Is iemand teleurgesteld in mij? Heb ik iets verkeerd begrepen?

Vaak weet ik rationeel heel goed dat er helemaal niets aan de hand hoeft te zijn. Maar dat besef betekent niet automatisch dat het gevoel verdwijnt. 

Soms ontstaat er een enorme onzekerheid over iets wat voor een ander nauwelijks betekenis heeft. Een berichtje dat onbeantwoord blijft. Een opmerking die anders binnenkomt dan bedoeld. Iemand die wat afstandelijker lijkt dan anders. Het kan een hele wereld aan gedachten en gevoelens oproepen. En tegelijkertijd schaam ik mij daar soms voor. Omdat ik weet dat mijn reactie niet altijd in verhouding staat tot de situatie. Omdat ik zo graag zou willen dat ik daar gewoon ontspannen mee om kon gaan.

Er zit een groot verschil tussen weten dat iets veilig is en daadwerkelijk veiligheid ervaren. Ik kan mijzelf honderd keer uitleggen waarom ik mij geen zorgen hoef te maken. Maar als mijn lichaam alarm slaat, helpt die uitleg lang niet altijd. Soms reageer ik met spanning, angst of verdriet. Soms raak ik overspoeld. En soms gebeurt juist het tegenovergestelde: dan voel ik bijna niets meer. Dan raak ik afgestompt, verlies ik het contact met mijn gevoelens of voelt de wereld om mij heen ineens vreemd en ver weg. Het ingewikkelde is dat deze reacties niet altijd voorspelbaar zijn. Soms begrijp ik achteraf pas wat mij heeft geraakt.

Ik ben vaak veel harder aan het werk om mij staande te houden dan aan de buitenkant zichtbaar is. En dat kan ontzettend vermoeiend zijn.

Verlangen naar nabijheid, maar bang zijn om dichtbij te komen

Een van de pijnlijkste gevolgen van mijn ervaringen is de invloed die ze hebben op mijn relaties met anderen. Ik verlang naar verbinding. Naar nabijheid, geborgenheid, vertrouwen en het gevoel dat ik ergens helemaal mijzelf mag zijn. Ik wil mij gezien voelen. Niet alleen wanneer ik sterk ben of goed kan verwoorden wat er speelt, maar juist ook wanneer ik verdrietig, onzeker, afhankelijk of kwetsbaar ben.

Tegelijkertijd kan diezelfde nabijheid ontzettend beangstigend zijn. Want zodra iemand werkelijk dichtbij komt, ontstaat ook de mogelijkheid om gekwetst, afgewezen of verlaten te worden. En dat maakt verbinding ingewikkeld.

Soms verlang ik naar iemand die mij geruststelt, maar durf ik die geruststelling niet te vragen. Soms zou ik het liefst willen dat iemand even naast mij komt zitten, terwijl ik tegelijkertijd de neiging voel om afstand te creëren. Er zijn momenten waarop ik mij ontzettend alleen voel, maar niet goed weet hoe ik iemand dichtbij moet laten komen.

Alsof er twee behoeften tegenover elkaar staan die allebei even werkelijk zijn. De behoefte om mij te verbinden. En de behoefte om mijzelf te beschermen. Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat ik soms zelf nauwelijks begrijp welke behoefte op dat moment het sterkst aanwezig is. Ik kan contact zoeken en vervolgens schrikken van de nabijheid die ontstaat. Of afstand houden en mij daarna verdrietig voelen omdat ik mij zo alleen voel.

En daar komt vaak nog een laag schaamte overheen. Omdat ik bang ben ingewikkeld te zijn. Te veel te vragen. Te veel ruimte in te nemen. Of iemand uiteindelijk van mij weg te duwen. Ik probeer steeds beter te begrijpen dat dit geen onwil is. Het zijn patronen die ergens zijn ontstaan. Manieren waarop ik mij heb leren beschermen in situaties waarin nabijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend met elkaar verbonden waren. Maar begrijpen waar iets vandaan komt, betekent nog niet dat het gemakkelijk wordt om die patronen te veranderen.

Wanneer de plek die veilig zou moeten zijn, dat niet blijkt

Een bijzonder ingrijpend hoofdstuk in mijn leven speelde zich af binnen de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens een behandeltraject ontstond er een grensoverschrijdende relatie met een behandelaar, waarbij ook iemand anders uit de hulpverlening betrokken raakte. Ik bevond mij in een kwetsbare positie, binnen een zorgrelatie waarin vertrouwen, afhankelijkheid en professionele verantwoordelijkheid een grote rol speelden. Juist binnen die relatie werden grenzen overschreden die mij hadden moeten beschermen.

Dat heeft mij diep beschadigd. Niet alleen door wat er gebeurde, maar ook door alles wat het bij mij opnieuw opriep. De verwarring over verantwoordelijkheid. De schaamte. Het verlangen naar nabijheid en de angst om iemand kwijt te raken. Het gevoel opnieuw de controle te verliezen over iets wat zoveel invloed had op mijn leven. Wanneer je jarenlang hebt geleerd je eigen grenzen te negeren, kan het ontzettend ingewikkeld zijn om grensoverschrijdend gedrag te herkennen, laat staan om daaruit te stappen. Zeker wanneer het plaatsvindt binnen een relatie waarin je juist hulp, bescherming en veiligheid zou moeten ontvangen.

Ik heb mijzelf veel vragen gesteld. Waarom liet ik bepaalde dingen gebeuren? Waarom bleef ik betrokken? Waarom voelde iets tegelijkertijd zo vertrouwd en zo ontwrichtend?

Langzaam leer ik dat deze vragen niet los gezien kunnen worden van mijn traumageschiedenis, de afhankelijkheid binnen een behandelrelatie en de ongelijke machtsverhouding die daarin bestaat.

De verantwoordelijkheid voor professionele grenzen ligt bij de hulpverlener. Niet bij degene die hulp ontvangt.

De gevolgen waren enorm. Mijn psychische toestand verslechterde ernstig en er volgde opnieuw een periode van crisis en opname. Ook mijn vertrouwen in de hulpverlening raakte diep beschadigd. En juist dat maakt herstel ingewikkeld. Want om te kunnen herstellen heb ik hulp nodig, terwijl hulp ontvangen tegelijkertijd gevoelens van onveiligheid kan oproepen. 

Ik ben nog altijd bezig om betekenis te geven aan wat er is gebeurd. Er lopen procedures rondom deze gebeurtenissen. Het is geen afgesloten hoofdstuk en ik weet ook niet wanneer dat wel zo zal zijn. Wat ik inmiddels wel steeds beter begin te begrijpen, is dat herstel niet alleen gaat over het verwerken van wat je is aangedaan. Het gaat ook over het opnieuw leren vertrouwen op je eigen waarneming, gevoelens en grenzen.

De ingewikkeldheid van opnieuw vertrouwen

Na alles wat er is gebeurd, merk ik hoe moeilijk het is geworden om mij opnieuw veilig te voelen binnen een behandelrelatie. En dat doet pijn. Want ergens verlang ik juist ontzettend naar een plek waar ik niet voortdurend hoef na te denken over wat ik zeg, hoe ik overkom of welke gevolgen mijn kwetsbaarheid kan hebben. Een plek waar ik even niet sterk hoef te zijn. Maar juist wanneer iemand mij die veiligheid probeert te bieden, kan er vanbinnen van alles gebeuren. Ik kan mij tijdens een therapiesessie onzeker voelen over de meest uiteenlopende dingen.

Vertel ik niet te veel? Ben ik niet te ingewikkeld? Verwacht mijn behandelaar iets van mij wat ik niet kan waarmaken? Is het erg dat ik zo veel behoefte heb aan begrip en bevestiging? Wat als ik iets vertel waar zij anders naar kijkt?

Soms houd ik dingen achter, niet omdat ik ze niet wil delen, maar omdat ik bang ben voor de reactie die erop zou kunnen volgen. Andere keren vertel ik juist ontzettend veel en ga ik achteraf twijfelen of dat wel verstandig was. Er ontstaat dan een soort voortdurende afweging tussen openheid en zelfbescherming. En tegelijkertijd weet ik dat therapie alleen kan werken wanneer ik mijzelf de ruimte geef om werkelijk te laten zien wat er speelt. Dat is misschien wel de ingewikkeldste tegenstelling.

Ik heb vertrouwen nodig om mij open te kunnen stellen. Maar om vertrouwen te kunnen opbouwen, moet ik mij ook durven openstellen. Soms ga ik na een goed gesprek naar huis en merk ik dat ik mij achteraf juist onzeker voel. Alsof mijn kwetsbaarheid pas echt voelbaar wordt wanneer ik weer alleen ben.

Heb ik mij niet te afhankelijk opgesteld? Vond ze mij niet lastig? Heb ik niet te veel ruimte ingenomen?

Het is vermoeiend om te merken dat zelfs ervaringen die op zichzelf veilig en prettig zijn, achteraf nog zoveel onrust kunnen oproepen. Ik probeer opnieuw te leren dat nabijheid niet automatisch gevaar betekent. Dat iemand betrokken kan zijn zonder grenzen te overschrijden. Dat een behandelaar mij kan begrijpen zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan. Dat iemand professioneel nabij kan zijn en tegelijkertijd duidelijke grenzen kan bewaken. En misschien nog wel belangrijker: dat ik mijn eigen gevoel serieus mag nemen.

Dat ik twijfel mag uitspreken. Ongemak mag benoemen. Grenzen mag aangeven. Dat een verschil van inzicht niet onmiddellijk betekent dat een relatie onveilig wordt of verloren gaat. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Voor mij is het dat niet. Het zijn dingen die ik niet alleen verstandelijk moet leren begrijpen, maar die ik langzaam opnieuw moet gaan ervaren. En dat kost tijd.

Moederschap, liefde en het gewone leven

Naast alles wat ik heb meegemaakt, ben ik ook moeder. Mijn dochter is een ontzettend belangrijk onderdeel van mijn leven. Ze brengt liefde, plezier, verbinding en betekenis. Door haar ervaar ik momenten van geluk die volledig losstaan van alle ingewikkeldheden van mijn traumageschiedenis. Tegelijkertijd maakt moederschap mij soms ook extra bewust van wat ik vroeger zelf heb gemist. Wanneer ik naar haar kijk, kan ik geraakt worden door de vanzelfsprekendheid waarmee een kind zou moeten kunnen vertrouwen op de volwassenen om zich heen. Door de kwetsbaarheid en de afhankelijkheid die bij kind-zijn horen. Dat kan confronterend zijn.

Ik wil haar veiligheid, liefde en ruimte bieden om zichzelf te ontwikkelen. Tegelijkertijd ben ik een moeder die zelf nog midden in een ingewikkeld herstelproces zit. Soms betekent dat dat gewone dagelijkse dingen mij ontzettend veel energie kosten. Dat ik worstel met depressieve gevoelens, uitputting of traumareacties, terwijl het leven gewoon doorgaat. En toch zijn er ook zoveel mooie momenten. Want mijn leven bestaat niet alleen uit trauma. Het bestaat ook uit moederschap, vriendschappen, humor, sport, interesses, dromen en kleine momenten van verbondenheid. Die dingen verdienen minstens zoveel ruimte.

Wat de buitenwereld niet altijd ziet

Ik denk dat er vaak een groot verschil bestaat tussen hoe mijn leven er van buitenaf uitziet en hoe ik het zelf ervaar. Mensen zien bijvoorbeeld dat ik schrijf. Dat ik bezig ben met mijn website, een boek, lotgenotencontact en nieuwe plannen voor mijn toekomst. Misschien wekt dat de indruk dat ik goed functioneer. Dat ik weer vooruitkijk. Dat ik mijn leven behoorlijk op de rit heb. Maar wat mensen meestal niet zien, zijn de uren daaromheen. De dagen waarop ik nauwelijks mijn bed of de bank af kom. Waarop douchen al een opgave is. Waarop eten, boodschappen doen of het huishouden bijhouden meer energie vraagt dan ik beschikbaar heb. De momenten waarop ik mij ontzettend somber, leeg of wanhopig voel. En de enorme inspanning die het soms kost om iets te ondernemen wat voor de buitenwereld heel vanzelfsprekend lijkt.

Soms kan ik uren achter elkaar schrijven, omdat schrijven juist datgene is waarin ik nog iets van betekenis en houvast ervaar. Maar dat betekent niet dat ik daarnaast ook de energie heb om mijn huis schoon te maken, uitgebreid te koken of sociale afspraken na te komen. Die dingen vragen iets heel anders van mij. Het is ingewikkeld om uit te leggen dat je op het ene gebied enorm gedreven kunt zijn, terwijl je op andere gebieden volledig vastloopt. En soms merk ik dat ik mij bijna verplicht voel om dat verschil te verantwoorden.

Alsof mijn psychische klachten minder ernstig zouden zijn wanneer ik ergens enthousiast over kan vertellen. Alsof ik pas werkelijk depressief ben wanneer ik helemaal niets meer doe. Maar zo werkt het niet.

Mijn mogelijkheden op een bepaald moment zeggen niet automatisch iets over mijn draagkracht op alle andere momenten.

Ik kan lachen en mij daarna ontzettend verdrietig voelen. Een waardevol gesprek voeren en vervolgens volledig uitgeput zijn. Nieuwe plannen maken terwijl ik nauwelijks weet hoe ik de volgende dag moet doorkomen. Het ene sluit het andere niet uit. En misschien is dat wel iets wat ik met mijn openheid heel graag zichtbaar wil maken. Dat psychische kwetsbaarheid zich niet altijd laat aflezen aan wat iemand doet, hoe iemand eruitziet of hoeveel plannen iemand maakt. Dat er achter een actieve, betrokken buitenkant een enorme innerlijke strijd kan schuilgaan.

Herstel verloopt niet in een rechte lijn

Als er iets is wat ik inmiddels heb geleerd, dan is het dat herstel geen overzichtelijk proces is. Het is geen rechte lijn van ziek naar gezond. Geen stappenplan waarin je eerst je trauma verwerkt, vervolgens leert omgaan met je emoties en uiteindelijk gelukkig verder leeft. Soms gaat het beter. Soms lukt het om weer vertrouwen te voelen, om plannen te maken, om iets te ondernemen waar ik energie uit haal. En soms zak ik opnieuw ontzettend diep weg.

Op het moment dat ik dit schrijf, worstel ik met een ernstige depressie. Er zijn dagen waarop ik nauwelijks van de bank kom. Waarop mijn zelfzorg tekortschiet, het huishouden blijft liggen en zelfs de meest vanzelfsprekende dagelijkse handelingen veel moeite kosten. Dagen waarop ik mij leeg voel. Waarop ik nauwelijks perspectief ervaar en het ontzettend moeilijk is om mij voor te stellen dat het ooit anders zal voelen.

Tegelijkertijd schrijf ik aan een boek. Ik ontwikkel deze website. Ik zet mij in voor meer openheid over trauma en psychische kwetsbaarheid en werk aan mogelijkheden voor lotgenotencontact. Ik probeer opnieuw richting te geven aan mijn toekomst. Dat kan tegenstrijdig lijken.

Hoe kun je zoveel plannen maken terwijl het psychisch zo slecht met je gaat? Maar voor mij zijn juist die plannen een manier om vast te houden aan iets wat groter is dan de depressie. Ze geven mij zingeving. Iets om naartoe te werken. Iets waarin ik mijn betrokkenheid, creativiteit en ervaringen kwijt kan.

Dat ik plannen maak, betekent niet dat het goed met mij gaat. Het betekent dat ik ondanks alles nog steeds probeer een toekomst voor mijzelf te zien. En soms is dat al een hele opgave.

Tussen begrijpen en voelen

Wat ik in mijn herstel ook steeds opnieuw tegenkom, is het verschil tussen wat ik weet en wat ik voel. Ik heb veel kennis opgedaan over trauma, psychologie en behandeling. Door mijn opleidingen, persoonlijke interesses en alle jaren binnen de hulpverlening kan ik vaak goed uitleggen waarom bepaalde reacties ontstaan. Ik kan praten over overlevingsmechanismen, hechting, dissociatie, traumatriggers en de invloed van langdurige onveiligheid. Maar die kennis beschermt mij niet automatisch tegen de gevolgen ervan.

Ik kan begrijpen dat ik niet verantwoordelijk ben voor wat mij is aangedaan, terwijl ik mij toch schuldig voel. Ik kan weten dat mijn gevoelens er mogen zijn, terwijl ik mij ervoor schaam. Ik kan begrijpen dat iemand betrouwbaar is, terwijl ik toch voortdurend bang ben dat diegene mij zal afwijzen. Ik kan anderen vertellen hoe belangrijk zelfcompassie is, terwijl ik voor mijzelf ontzettend streng kan zijn. 

En misschien is dat soms wel extra frustrerend. Omdat ik zo goed kan verwoorden hoe iets werkt, ontstaat er ook een verwachting dat ik er anders mee om zou moeten kunnen gaan. Ook bij mijzelf. Dan denk ik: je weet dit toch? Je begrijpt toch waar het vandaan komt? Waarom lukt het dan niet om anders te reageren? Maar herstel vraagt kennelijk om veel meer dan inzicht.

Het vraagt om nieuwe ervaringen. Om het langzaam leren verdragen van gevoelens die voorheen te overweldigend waren. Om opnieuw ontdekken dat grenzen gerespecteerd kunnen worden en dat verbinding niet altijd gepaard hoeft te gaan met pijn. En vooral om geduld. Iets wat ik anderen vaak gemakkelijker gun dan mijzelf.

Waarom ik mijn verhaal deel

Ik krijg weleens de vraag of ik niet te veel bezig ben met trauma. Of ik mij er niet te veel mee identificeer. Of het niet beter zou zijn om mij op andere dingen te richten. Ik begrijp ergens waar die vragen vandaan komen. Maar voor mij is er een belangrijk verschil tussen jezelf identificeren met trauma en erkennen hoeveel invloed trauma op je leven heeft.

Ik bén niet mijn trauma.

Maar ik ben wel iemand die ernstig getraumatiseerd is. Iemand bij wie die ervaringen jarenlang de ontwikkeling, relaties, gezondheid en het dagelijks functioneren hebben beïnvloed. Ik kan niet simpelweg besluiten daar niet meer mee bezig te zijn. Wat ik wél kan, is proberen er op een andere manier mee om te gaan.

Schrijven helpt mij daarbij. Het geeft woorden aan ervaringen die soms nauwelijks uit te leggen zijn. Het helpt mij om gedachten te ordenen, gevoelens te onderzoeken en betekenis te geven aan wat ik heb meegemaakt. Vanuit die behoefte ontstond ook Verbonden door Trauma. Niet omdat ik alle antwoorden heb. Niet omdat ik precies weet hoe herstel zou moeten verlopen. En zeker niet omdat ik zelf al aan de andere kant sta.

Ik zit er nog middenin. Maar juist vanuit die positie wil ik openheid creëren. Ik wil laten zien dat psychische problemen niet altijd zichtbaar zijn. Dat trauma veel verder reikt dan herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen. Dat gedrag dat van buitenaf moeilijk te begrijpen is, soms een diepgewortelde overlevingsreactie blijkt te zijn. En dat mensen niet altijd passen in het beeld dat we hebben van iemand die ernstig psychisch kwetsbaar is.

Je kunt betrokken, intelligent, ambitieus en zorgzaam zijn, en tegelijkertijd nauwelijks in staat zijn om je eigen dagelijkse leven vorm te geven. Je kunt verlangen naar verbinding en doodsbang zijn voor nabijheid. Je kunt willen herstellen en tegelijkertijd bang zijn voor wat herstel van je vraagt. Je kunt hoop hebben en toch ontzettend wanhopig zijn.

Die tegenstrijdigheden maken je niet minder geloofwaardig. Ze maken zichtbaar hoe ingewikkeld leven met trauma kan zijn. 

Niet alleen een verhaal over wat mij is overkomen

Ik hoop dat deze website een plek wordt waar ruimte is voor die complexiteit. Een plek waar ervaringen gedeeld kunnen worden zonder dat ze onmiddellijk verklaard, beoordeeld of opgelost hoeven te worden. Waar mensen herkenning vinden in elkaars verhalen. Waar we kunnen praten over thema's die vaak nog omgeven zijn door schaamte, stilte of onbegrip. En waar ook aandacht is voor de verantwoordelijkheid van hulpverleners, het belang van veilige zorg en de invloed van machtsverschillen.

Ik wil daarbij niet alleen de moeilijke kanten belichten, maar ook de mens achter het trauma zichtbaar maken. Want ik ben meer dan mijn diagnoses. Meer dan mijn behandelgeschiedenis. Meer dan de gebeurtenissen die mij hebben beschadigd.

Ik ben moeder. Dochter. Zus. Vriendin. Iemand met interesses, dromen, kwaliteiten en onzekerheden. Iemand die soms ontzettend sterk lijkt, maar zich vanbinnen heel kwetsbaar kan voelen. Iemand die nog iedere dag probeert te ontdekken hoe leven eruit kan zien wanneer overleven niet langer voortdurend op de voorgrond hoeft te staan.

Ik weet niet precies hoe mijn herstel verder zal verlopen. Ik weet niet wanneer de depressie minder zwaar wordt, hoeveel tijd het kost om vertrouwen terug te vinden of welke uitdagingen nog op mijn pad zullen komen. Misschien hoort die onzekerheid er voorlopig bij. Maar wat ik wel weet, is dat mijn verhaal niet uitsluitend bepaald hoeft te worden door wat mij is aangedaan. Er is ook ruimte voor wat ik zelf wil opbouwen. Voor verbinding, betekenis en nieuwe ervaringen. Voor een toekomst die nog niet vastligt.

Ik deel mijn verhaal niet omdat het af is. Ik deel het omdat ook verhalen die nog midden in de pijn, verwarring en zoektocht zitten, het verdienen om gehoord te worden.

En misschien herkent iemand zichzelf in mijn woorden. Misschien voelt iemand zich daardoor voor het eerst een beetje minder alleen. Als mijn openheid daaraan kan bijdragen, dan is dat voor mij van grote betekenis.

Liefs, Manèl
Oprichter van Verbonden door Trauma

Verbonden door Trauma
Een plek voor herkenning, ervaringskennis en verbinding.

Contact   Privacyverklaring
© 2026 Verbonden door Trauma. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.